Adviseur aan de telefoon achter het raam met het st-logo

BTW bij short-stay verhuur

/

/

BTW bij short-stay verhuur

Bij verhuur van een huis of appartement aan een particulier mag geen omzetbelasting worden gerekend. De omzetbelasting op de verbouwing of aankoop is dan ook niet verrekenbaar. Uitzondering hierop is de kortdurende verhuur in verband met vakantiebesteding. In de praktijk ook wel short-stay verhuur genoemd. Vanaf 1 januari 2026 gaat het BTW-tarief hiervoor omhoog van 9% naar 21%.

Wat houdt short-stay verhuur in?

Short-stay verhuur, is de gemeubileerde verhuur van woningen, appartementen en vakantiehuisjes aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden., meestal tussen de enkele weken en enkele maanden (maximaal 6 maanden). Denk hierbij aan expats die tijdelijk in Nederland werken of toeristen die langere tijd verblijven. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in juli dit jaar beslist dat deze vorm van verhuur valt onder logiesverstrekking en gelijk getrokken kan worden met het hotel- en vakantiebestedingsbedrijf. Hierdoor geldt op dit moment het verlaagde BTW-tarief van 9%

Wat wijzigt er?

Per 1 januari wordt het verlaagde BTW-tarief voor logiesverstrekking afgeschaft. Dit geldt daarmee ook voor short-stay verhuurders. Met deze maatregel hoopt de overheid oneerlijke concurrentie te verminderen en de woningmarkt beter te reguleren. Door de BTW te verhogen naar 21% wordt short-stay verhuur financieel minder aantrekkelijk, wat kan bijdragen aan een betere balans tussen woonruimte voor lange termijn huurders en tijdelijke huurders.

Overigens komt de zes-maandstermijn waarschijnlijk te vervallen per 1 juli 2028. Vanaf die datum geldt alleen de verhuur voor een periode van maximaal 30 nachten als short-stay verhuur.

Gevolgen

Voor verhuurders betekent de wijziging een hogere belastingdruk op hun short-stay activiteiten. Hierdoor kunnen verhuurders ervoor kiezen om de huurprijzen te verhogen om dit verschil te compenseren. Huurders van short-stay accommodaties kunnen daarom vanaf 2026 hogere huurprijzen verwachten.

Voor verhuurders is het belangrijk om tijdig voorbereidingen te treffen en hun huurbeleid tegen het licht te houden. Informeer huurders en zorg ervoor dat eventuele contracten of tarieven worden aangepast.

Tip: Pas uw administratie en facturatiesysteem alvast tijdig aan — ook vooruitbetalingen voor verblijven vanaf 1 januari 2026 vallen onder deze nieuwe regels. 

Het laatste nieuws

Rechtershamer op eurobiljetten

Hoge Raad: geen box 3-rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers (2017–2020)

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 duidelijkheid gegeven over de positie van belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen hun box 3-aanslag over de jaren 2017 tot en met 2020.

Opgerolde eurobiljetten en munten

Box 3 blijft de gemoederen bezighouden

De invoering van de nieuwe box 3-wet per 1 januari 2028 is nog allerminst zeker. De Eerste Kamer heeft de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld tot na Prinsjesdag, waardoor een definitief besluit waarschijnlijk pas in 2027 wordt genomen.

Interieur van een auto met de versnellingspook

Pseudo-eindheffing: extra belastingheffing voor fossiele auto’s in de loonbelasting

Werkgevers die werknemers (daar valt u als dga dus óók onder) een auto van de zaak ter beschikking stellen, kunnen vanaf 2027 te maken krijgen met een nieuwe pseudo-eindheffing voor personenauto’s met een CO₂-uitstoot.

Rechtershamer op eurobiljetten

Hoge Raad: geen box 3-rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers (2017–2020)

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 duidelijkheid gegeven over de positie van belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen hun box 3-aanslag over de jaren 2017 tot en met 2020.

Opgerolde eurobiljetten en munten

Box 3 blijft de gemoederen bezighouden

De invoering van de nieuwe box 3-wet per 1 januari 2028 is nog allerminst zeker. De Eerste Kamer heeft de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld tot na Prinsjesdag, waardoor een definitief besluit waarschijnlijk pas in 2027 wordt genomen.